Top Navigation

Examen reglementen voor Vinologen

Examenreglement Vinologen

Lees hieronder het hele examenreglement voor Vinologen of download hier de pdf.

Leer meer

SDEN 4 Examenreglement 2016-1

1 Algemene bepalingen/definities:

1.1 De Stichting: de Stichting Dranken Examens en Normering (SDEN): de stichting heeft ten doel het (doen) afnemen van examens van organisaties en instellingen die drankenopledingen aanbieden.

1.2 Bestuur: het Bestuur van de Stichting, de secretaris daaronder begrepen.

1.3 Het Examenreglement: het examenreglement zoals dat is vastgesteld door of namens het Bestuur.

1.4 Vinoloog: de titel Vinoloog van de Wijnacademie®.

1.5 Register-Vinoloog®: de titel Register-Vinoloog van de Wijnacademie®.

1.6 Register: het Register dat door de Stichting wordt bijgehouden.

1.7 Module-examen: het proeftechnisch of een theoriedeel van het examen.

1.8 Examen: het totaal van één proeftechnisch module-examen en de drie afzonderlijke theoretische module-examens welke onder toezicht van de Examencommissie en onder verantwoordelijkheid van het Bestuur worden afgenomen.

1.9 Examencommissie: de door het Bestuur benoemde commissie, bestaande uit tenminste vier personen, welke door het Bestuur met de uitwerking van de organisatie en het afnemen van het examen is aangewezen en belast. De benoeming geldt voor twee jaar, herbenoeming is mogelijk.

1.10 Voorzitter van de Examencommissie: het door het Bestuur daartoe aangewezen lid van de Examencommissie.

1.11 Kandidaat: de deelnemer aan één of meer module-examens voor het Diploma Vinoloog van de Wijnacademie®. Omwille van de leesbaarheid zijn in dit reglement uitsluitend gebruik gemaakt van de mannelijke voornaamwoorden. De bepalingen zijn eveneens van toepassing op vrouwelijke kandidaten.

1.12 Diploma: het wijndiploma op SDEN niveau 4, ook genoemd het diploma Vinoloog van de Wijnacademie®, dat aan de kandidaat, die voor de vier afzonderlijke module-examens is geslaagd, wordt uitgereikt.

1.13 Uitslagbrief: de brief waarin de uitslag van deelname aan één of meer module-examens of het volledige examen en de behaalde resultaten is vermeld en die aan de kandidaat, welke aan de bepalingen van het examenreglement heeft voldaan, wordt uitgereikt.

1.14 Cesuur: de grens tussen voldoende en onvoldoende.

2 Tijdstip van het examen

Ten minste tweemaal per jaar op door de Stichting vast te stellen tijdstippen organiseert de Stichting onder verantwoordelijkheid van het Bestuur en onder toezicht van de Examencommissie de module-examens voor het wijndiploma op SDEN niveau 4, ook genoemd Vinoloog van de Wijnacademie®.

3. Toelating tot het examen

3.1 Een kandidaat kan aan de module-examens deelnemen indien hij:

3.1.1 de opleiding voor het diploma Vinoloog van de Wijnacademie volgt of heeft gevolgd of naar het oordeel van het Bestuur in aanmerking komt voor het afleggen van één of meer module-examens,

3.1.2 zich door het ondertekenen van het aanmeldingsformulier onderwerpt aan de bepalingen van het examenreglement,

3.1.3 vóór de aanvang van het examen aan zijn financiële verplichtingen voldaan,

3.1.4 een op zijn naam gestelde examenoproep en een op zijn naam gestelde geldige legitimatie overlegt.

3.2 Onder een geldige legitimatie wordt uitsluitend verstaan:
− paspoort
− rijbewijs
− identiteitskaart (ID-kaart)
− vreemdelingenpaspoort of vluchtelingenpaspoort

3.3 Tot het examen, dat niet openbaar is, wordt slechts toegang verleend aan personen, opgeroepen en ingeschreven of uitgenodigd door of namens de Stichting.

4 Het examen

4.1 Het volledige examen bestaat uit:

4.1.1 een theoretisch deel, bestaande uit drie module-examens, te weten:
module 1: Frankrijk, wijnbouw en wijnbereiding,
module 2: overige landen van Europa,
module 3: wijnlanden buiten Europa, nationale en internationale regelgeving, het proeven van wijn, gastronomie, alcohol en gezondheid, marketing.

4.1.2 een proeftechnisch deel, bestaande uit één module-examen (module 4)

4.2 De Examencommissie stelt het aantal en de inhoud van de opdrachten van de module-examens als bedoeld in 4.1.1 en 4.1.2 vast.

4.3 Tijdens het proeftechnisch deel kan gebruik worden gemaakt van stille wijnen (rood, wit en rosé), mousserende wijnen, parelwijnen, likeurwijnen,dessertwijnen en gearomatiseerde wijnen.

4.4 Van ieder der in lid 4.3 genoemde wijnen kan gevraagd worden naar:
− de benaming
− het type
− het land en/ of gebied van herkomst en/ of wijndistrict
− het jaar van productie
− het druivenras/ de druivenrassen
− fouten en/ of gebreken
− specifieke product- en productiekenmerken

4.5 De kandidaat mag uitsluitend het materiaal gebruiken dat hem door de Examencommissie wordt verstrekt of waarvan het gebruik door de Examencommissie tevoren schriftelijk is toegestaan.

4.6 Alle bescheiden die ten behoeve van het examen worden verstrekt, blijven eigendom van de Stichting en moeten desgevraagd worden ingeleverd.

4.7 De theoretische module-examens worden in de Nederlandse taal afgenomen.

4.8 De module-examens die in een bepaald jaar worden afgenomen zijn, behoudens het bepaalde in de exameneisen, gebaseerd op de gehanteerde lesstof van het desbetreffende cursusjaar. Kandidaten die een examen afleggen in een ander jaar dan het jaar waarin zij de opleiding hebben gevolgd, kunnen zich nimmer beroepen op eventuele afwijkende, door hen bestudeerde lesstof die in eerdere jaren werd gehanteerd.

5 Waardering en normen

5.1 De kandidaat is voor een module-examen geslaagd indien hij hiervoor ten minste voldoende resultaat heeft behaald.

5.2 De kandidaat is geslaagd voor het diploma Vinoloog van de Wijnacademie® indien hij ten minste voldoende resultaat heeft behaald voor:
- de proeftechnische module van het examen.
- de drie afzonderlijke theoretische modulen van het examen.

5.3 De Examencommissie stelt binnen de richtlijnen van het Bestuur voor de module 1, 2, 3 en 4 de normen vast voor slagen en afwijzen. Voor de modules 1, 2 en 3 geldt een standaard cesuur van 60%. Voor module 4 geldt een standaard cesuur van totaal 12 correcte antwoorden op 18 vragen, met dien verstande dat minimaal 8 correcte antwoorden op 12
vragen van het wijnproefgedeelte (opdracht 1 t/m 12) gehaald moet worden.

5.4 Het behaalde resultaat wordt in cijfers tot uitdrukking gebracht waarbij de volgende betekenis geldt:

10 uitmuntend
9 zeer goed
8 goed
7 ruim voldoende
6 voldoende
5 bijna voldoende
4 onvoldoende
3 zeer onvoldoende
2 slecht
1 zeer slecht

5.5 De kandidaat wordt voor de afzonderlijke module-examens afgewezen indien hij voor het desbetreffende deel niet voldoet aan de in 5.1 en 5.4 genoemde criteria.

5.6 Het voldoende resultaat van de afzonderlijke module-examens heeft een geldigheid gedurende een aaneengesloten periode van maximaal acht examentijdstippen als bedoeld in 2.1 van de toelichting, gerekend vanaf het examentijdstip waarop voor het eerst werd deelgenomen aan één of meer module-examens.

5.7 Van een kandidaat die niet binnen de in 5.6 genoemde aaneengesloten periode een voldoende resultaat heeft behaald voor alle vier afzonderlijke modulen, vervallen automatisch de eerder behaalde voldoende resultaten.

6 Uitslag, bezwaar en beroep

6.1 De kandidaat wordt door of namens de Examencommissie zo spoedig mogelijk van het door hem behaalde resultaat in kennis gesteld.

6.2 Bezwaar met betrekking tot het volledige examen of een module-examen en al hetgeen daarmee in verband staat, dient uiterlijk 30 dagen na dagtekening van de uitslagbrief in het bezit te zijn van de secretaris van de Examencommissie, uitsluitend middels een aangetekende brief met bericht van ontvangst. Dit bezwaar dient voorzien te zijn van een degelijke motivatie.

6.3 Beroep met betrekking tot de beslissing van de Examencommissie op het door de kandidaat aangetekende bezwaar vermeld in 6.2, dient uiterlijk 10 dagen na dagtekening van de brief met de vermelde beslissing in het bezit te zijn van het Bestuur, uitsluitend middels een aangetekende brief met bericht van ontvangst. Het Bestuur beslist als hoogste instantie.

6.4 Na afloop van een termijn van zes maanden na het examen worden de examenuitwerkingen vernietigd.

Maximaal aantal deelnames aan module-examens binnen de geldigheidstermijn.
Start Module examen 1 Module examen 2 Module examen 3 Module examen 4 Vervaldatum geldigheid behaalde voldoende resultaten
februari/maart 2016 8x 7x 7x 7x augustus/september 2019
augustus/september 2016 8x 8x 8x 8x februari/maart 2020

7 Herexamen

7.1 In geval het Bestuur in overleg met de Examencommissie besluit tot een herexamen in één of meer module-examens, stelt het Bestuur tegelijkertijd de datum en de locatie vast.

7.2 De kandidaat die in aanmerking komt voor een herexamen, ontvangt hiervan ten minste 14 dagen voor aanvang van het herexamen bericht.

7.3 Tegen het al dan niet vaststellen van een geheel dan wel gedeeltelijk herexamen staat geen beroep open, noch zal er enige precedentwerking van uitgaan.

7.4 Op het herexamen is dit examenreglement van toepassing.

7.5 Het behaalde resultaat bij een herexamen in één of meer module-examens komt in de plaats van het cijfer dat bij het eerder afgelegde examen is behaald.

7.6 De kandidaat die voor een herexamen in aanmerking komt en waarvoor het herexamen in de plaats komt van een module-examen die voor de kandidaat geldt als aanvangsmoment voor het tijdvak van acht aaneengesloten examen tijdstippen, gaat het bepaalde in artikel 5.6 pas in op het moment van de datum van het herexamen, tenzij de kandidaat tevens examen heeft afgelegd in één of meer module-examens waarvoor geen herexamen van toepassing is.

8 Gedragsbepalingen

8.1 Een kandidaat mag tijdens het examen met geen andere personen contact hebben dan met de leden van de Examencommissie en de met de uitvoering van het examen daartoe aangestelde personen.

8.2 Indien de kandidaat in enig opzicht in strijd met de voorschriften heeft gehandeld en deze onregelmatigheid voor of tijdens het examen wordt ontdekt, kan de voorzitter van de Examencommissie hem de verdere deelname aan het examen ontzeggen.

8.3 Indien de kandidaat zich ten aanzien van het examen aan enig bedrog heeft schuldig gemaakt en dit voor of tijdens het examen wordt ontdekt, ontzegt de voorzitter hem de verdere deelname aan het examen.

8.4 Indien de ontdekking van het bedrog eerst na afloop van het examen plaatsvindt, verklaart de Examencommissie het afgelegde examen nietig. Indien de ontdekking van een onregelmatigheid eerst na afloop van het examen plaatsvindt, kan de voorzitter van de Examencommissie beslissen dat het examen ongeldig is.

8.5 Indien na de uitreiking van het diploma alsnog bedrog of onregelmatigheid wordt geconstateerd, kan het Bestuur het diploma en de eventueel verstrekte bijbehorende versierselen terugvorderen.

8.6 Het is de kandidaat niet toegestaan om opdrachten al dan niet volledig, over te schrijven of op welke wijze dan ook over te nemen op straffe van onmiddellijke ontzegging aan het examen of ongeldig verklaren van het examenresultaat. Indien achteraf mocht blijken dat de kandidaat zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van deze bepaling, kan een schadevergoeding worden verlangd van minimaal € 5.000,00, zulks onverlet andere of meerdere door de Stichting te vorderen schade. Voorts kan de deelname aan volgende examens worden ontzegd.

8.7 Het is de kandidaat niet toegestaan om fotografische apparatuur en enige vorm van communicatiemiddelen zoals een mobiele telefoon enzovoorts en apparaten met een alfanumeriek toetsenbord (alfabet), c.q. tekstgeheugen, zoals laptop, notebook, organizer en andere soorten elektronische agenda's of databanken mee te nemen in het examenlokaal.

8.8 Alvorens aan een der voorgaande leden van dit artikel uitvoering wordt gegeven, wordt de kandidaat in de gelegenheid gesteld gehoord te worden door de voorzitter van het Bestuur in het bijzijn van afgevaardigde(n) van de Examencommissie.

8.9 In geval één of meer van de leden 8.2,8.3,8.4,8.5,8.6 en 8.7 van dit artikel van toepassing zijn, heeft de kandidaat geen recht op restitutie van betaalde gelden.

9 Schade en aansprakelijkheid

9.1 De kandidaat doet door ondertekening van het aanmeldingsformulier voor één of meer module-examens afstand van zijn recht om vóór of tijdens of na afloop van het examen het Bestuur of Stichting of de leden van de Examencommissie of door deze(n) daartoe aangewezen natuurlijke of rechtspersonen op welke wijze dan ook aansprakelijk te stellen voor door hen geleden schade en te lijden schade ten gevolge van onachtzaamheid,
fouten, vergissingen of onnauwkeurigheid, door voornoemden begaan in verband met het examen.

9.2 De in artikel 1 "algemene bepalingen" genoemde rechtspersoon, Bestuur, De Stichting, Examencommissie en door hen daartoe aangewezen natuurlijke of rechtspersonen (uitgezonderd de kandidaat), zijn niet aansprakelijk, uit welken hoofde dan ook, voor schade welke het gevolg mocht zijn van hun betrokkenheid bij het examen en al hetgeen daarmee in verband staat, behoudens in geval hun grove schuld of opzet verweten kan worden.

9.3 Eenieder die betrokken is bij de uitvoering van dit examenreglement en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van dit examenreglement
noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

10. Registratie tot RegisterVinoloog®/RV van de Wijnacademie

Een kandidaat die geslaagd is voor de titel Vinoloog van de Wijnacademie wordt, tenzij de kandidaat schriftelijk te kennen heeft gegeven een dergelijke registratie niet te wensen, om niet, voor een periode van 10 jaar volgend op de datum van behalen van het diploma geregistreerd als Register-Vinoloog® van de Wijnacademie®. Voor deze registratie en de
voorwaarden van verlenging daarvan, geldt een apart reglement waarnaar hierbij wordt verwezen.

11 Overige bepalingen

11.1 Aan dit reglement dienen te worden toegevoegd de uitwerkingen van de artikelen die in de toelichting op het reglement zijn vermeld als behorende tot dit reglement, evenals de SDEN-eindtermen, niveau 4.

11.2 Alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet worden door de voorzitter van de Examencommissie ter afdoening voorgelegd aan het Bestuur.

11.3 Dit examenreglement vervangt het/alle eerdere Examenreglement(en) en is van kracht met ingang van 1 januari 2016 tot aan intrekking of wijziging door of namens het Bestuur en kan worden aangehaald als Examenreglement 2016.

Toelichting op het Examenreglement met verwijzing naar het specifiek artikel en lid.

2 Tijdstip van het examen

2.1

De module-examens worden op twee momenten per jaar afgenomen, te weten:
februari/maart en augustus/september.

Een kandidaat die afgewezen is voor één of meer module-examens, is vrij zich opnieuw in te schrijven voor dezelfde module-examens bij een eerstkomend examen.

3 Toelating tot het examen

3.1

Een cursist van een lopend cursusjaar heeft tijdens de opleiding de gelegenheid zich in te schrijven voor een module-examen ter afronding van een deel van zijn studie.

Ook deelname aan module-examens waarvan de lesstof nog niet of niet volledig is behandeld, is toegestaan.

4. Het examen

4.1 Het totale examen bestaat uit vier module-examens.

Drie module-examens hebben betrekking op de theorie, te weten:
module 1: Frankrijk, wijnbouw en wijnbereiding,
module 2: overige landen van Europa,
module 3: wijnlanden buiten Europa, nationale en internationale regelgeving, het proeven van wijn, gastronomie, alcohol en gezondheid, marketing. Als specifieke wetgeving betrekking heeft op een land of regio, dan kan dit onderdeel bij het desbetreffende land of gebied worden geëxamineerd.
Module 4 heeft betrekking op het proeftechnisch deel van het examen.

4.1.1

De drie theoretische module-examens worden schriftelijk volgens het systeem van meerkeuzeopdrachten afgenomen. Ieder module-examen omvat minimaal 30 opdrachten. De Examencommissie stelt het aantal en de inhoud van de opdrachten van de module examens vast. De examenopdrachten zijn gebaseerd op niveau 4 van de SDEN-eindtermen. Deze eindtermen staan vermeld op de website van de SDEN, www.sden.nl bij toetswijzer wijnexamen 4.

4.1.2

Het proeftechnische deel van het examen bestaat uit een aantal opdrachten met betrekking tot het (blind) proeven, herkennen en benoemen van in totaal 12 verschillende wijnen zoals bedoeld in artikel 4.3, alsmede uit een aantal theorie-opdrachten. Wat betreft het proeven worden voor iedere wijn 3 mogelijkheden (alternatieven a, b en c) genoemd en volgens het systeem van meerkeuzeopdrachten maakt de kandidaat per wijn een keuze uit de 3 gegeven alternatieven. Een opdracht kan ook op basis van jaartallen of een wijn met een afwijking (een fout) zijn. Ook de theorieopdrachten zijn meerkeuzeopdrachten.

Volledigheidshalve wordt verwezen naar de opsomming in artikel 4.4.

De Examencommissie heeft de vrijheid om al dan niet gebruik te maken van de soorten wijnen die tijdens de opleiding zijn geproefd.

4.7 De theoretische module-examens worden in de Nederlandse taal afgenomen. Specifieke vaktermen en buitenlandse benamingen kunnen uiteraard in de tekst voorkomen.

5 Waardering en normen

5.1 Van elk module-examen ontvangt een kandidaat de uitslag van het door hem behaalde resultaat door middel van een uitslagbrief. Als een kandidaat meer module-examens op één dag heeft afgelegd, wordt, indien mogelijk, het resultaat in één uitslagbrief vermeld. De uitslagbrief geldt tevens als cijferlijst. Er worden geen aparte deelcertificaten verstrekt.

5.3 De Examencommissie stelt voor de module-examens het definitief aantal opdrachten vast dat ten minste goed moet zijn benoemd om voldoende resultaat te behalen. De Examencommissie heeft hiervoor de beschikking over een computeranalyse die door het CITO worden verstrekt. De analysegegevens geven de zwaarte en de betrouwbaarheid van de afzonderlijke opdrachten weer. Bij het vaststellen van het resultaat van de opdrachten kijkt de Examencommissie naar de zwaarte en betrouwbaarheid van de opdrachten. Voor
een voldoende resultaat bij een standaard cesuur van 60% voor een theorie module-examen van 50 vragen dienen 30 vragen correct te worden beantwoord.

5.6 Gedurende een tijdvak van acht aaneengesloten examentijdstippen heeft een kandidaat de gelegenheid om voldoende resultaat te behalen voor de vier afzonderlijke module-examens. Het tijdvak gaat in vanaf de maand en het jaar waarin voor de eerste keer werd deelgenomen aan één of meer moduleexamens. In de praktijk betekent dit dat een kandidaat vier jaar de gelegenheid heeft. In deze periode kan de kandidaat verschillende malen aan de module-examens deelnemen zoals in onderstaand schema te zien is.

In dit voorbeeld is er van uitgegaan dat een kandidaat alleen in februari/maart 2016 deelneemt aan module-examen 1 ter afronding van de op dat moment tijdens de opleiding behandelde lesstofmodule.

7 Herexamen

7.1 Een herexamen wordt alleen georganiseerd in opdracht door het Bestuur.

Er is slechts sprake van een herexamen als zich een calamiteit zou hebben voorgedaan waardoor één of meer module-examens ongeldig moeten worden verklaard. Het betreft hier dus niet de redenen om een examen ongeldig te verklaren zoals genoemd in artikel 8 van het examenreglement en uitgewerkt in de leden 8.2, 8.3, 8.4, 8.6 en 8.7.

Kandidaten die afgewezen worden voor één of meer module-examens schrijven zich in voor een nieuw module-examen. Dat is dus geen herexamen.

7.6 Als een kandidaat voor de eerste keer deelneemt aan een module-examen die ongeldig wordt verklaard, dan vervalt tevens het aanvangsmoment voor de desbetreffende kandidaat. In principe zal op zeer korte termijn een nieuw examen als herexamen worden georganiseerd. Voor de kandidaat gaat op het moment van het herexamen pas de termijn van zes aaneengesloten examen tijdstippen in.

Mocht de kandidaat echter deelnemen aan meerdere module-examens waarvan één of meer module-examens wel geldig blijven, dan blijft de aanvangstermijn gelijk aan de periode van een of meer module-examens die hun geldigheid behouden. In dat geval telt een herexamen niet mee als één van de zes examentijdstippen.

10. De Stichting, resp. haar rechtsvoorgangster de Commissie Slijters van het Productschap Dranken, houdt met ingang van 2004 een Register bij. Een kandidaat die geslaagd is voor de titel Vinoloog van de Wijnacademie® wordt in het Register vermeld als Register-Vinoloog®, tenzij de geslaagde schriftelijk uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven hier geen prijs op de stellen. In feite ontvangt de gediplomeerde twee titels, te weten Vinoloog van de Wijnacademie® en Register-Vinoloog van de Wijnacademie®. De registratie omvat onder meer de naam, voornaam en geboortedatum van de gediplomeerde. De registratie heeft een geldigheid van tien jaar. Het Register heeft een eigen reglement. Het Register zal worden gepubliceerd en is voor belangstellenden opvraagbaar.

De tijdsduur voor de titel Vinoloog van de Wijnacademie is onbeperkt. De gediplomeerde behoudt derhalve altijd zijn titel Vinoloog van de Wijnacademie®.

Januari 2016

Pin It on Pinterest

Share This