Home

postheadericon Wijnreis Loire - Bordeaux 2010

Dag 1  -  11 april 2010  -  Vouvray

 

Wekenlang verheugen we er ons al op, vooral nadat het geweldige programma bekend was. En nu is het dan eindelijk zover: de wijnreis! Het is zondagochtend 11 april en het is maar 3 graden boven nul. Best koud, maar in Bordeaux is het lekker 18 graden, dus wat geeft het. We vertrekken precies om acht uur uit Maarn. In de bus heerst een opgewonden stemming, we hebben een beetje een schoolreisjesgevoel. Na een tussenstop in Breda, waar de rest van de groep instapt, gaan we op weg naar Tours aan de Loire waar we de eerste nacht zullen doorbrengen. Onze chauffeur stelt zich aan ons voor, Derk, dat is kerk met een D. En zo bleven we hem dus de rest van de week maar noemen: Kerk met een D.

Loire-Bordeaux-1Even voorbij Parijs werd wat eerst gewoon een reis was nu dan echt een wijnreis. Ons eerste glas werd ingeschonken, Tours de Mirambeau, Bordeaux Blanc. De stemming komt er meteen goed in. Er wordt onderweg een voorstelrondje gedaan en dat is heel prettig aangezien we elkaar op dat moment niet of nauwelijks kennen. Omdat we later zijn dan gepland, gaan we bij aankomst in de Loirestreek gelijk door naar de eerste proeverij, in Vouvray. Daar worden we ontvangen in een kelder (koud!!), door een aantal plaatselijke producenten. Er is een dertigtal wijnen te proeven, allemaal Chenin Blanc. En dan in maar liefst vier smaken: mousserend, droog, halfzoet en zoet. Het gaat te ver om alle wijnen hier te beschrijven, maar opvallend zijn de enorme terroir­verschillen die te proeven zijn. De aroma’s lopen uiteen van tropisch fruit, citrus, paddenstoelen, truffel en er is zelfs een wijn die onmis­kenbaar het aroma van kaasfondue heeft.

Tegen achten gaan we naar een andere locatie om daar de wijnen te proeven in combinatie met allemaal heerlijke gerechtjes die voor ons waren verzorgd. Wat een geslaagd begin van deze reis. Nou alleen nog wat hogere temperaturen.

 

Caroline Cocheret

 

 

Dag 2  -  12 april 2010  -  Chinon / Saumur

 

Wat de aangename temperaturen betreft, moeten we nog even wachten. We vertrekken de volgende ochtend vroeg naar Chinon, waar we worden ontvangen op Domaine Charles Joguet. We gaan naar de kelder voor de proeverij. Op dat moment is het buiten al niet al te warm, maar in de halfopen grot, waar we proeven is het helemaal ijskoud. Anne-Charlotte Genet, die ons ontvangt en ons op voortreffelijke wijze uitleg geeft, heeft na een uur blauwe lippen van de kou. Maar de prachtige wijnen die we te proeven krijgen doen ons de kou compleet vergeten. Ook hier weer kunnen we de terroirverschillen proeven. We krijgen allemaal wijnen van de cabernet franc te proeven, een rosé uit 2009 en vervolgens een aantal rode wijnen uit 2007. Te beginnen met de Cuvée Terroir die wat aards en naar potloodslijpsel ruikt, maar zeer sappig en fruitig smaakt, een wijn om nu te drinken. Vervolgens proeven we Cuvée de la Cure een wijn met al meer bewaarpotentieel, die nu nog wat stroef overkomt. Maar dat gevoel wordt voor een deel ook versterkt door de koele temperatuur. Daarna volgt Les Varennes du Grand Clos: nu al een prachtige wijn, maar kan nog jaren rijpen en zal dan alleen nog maar mooier worden. Tenslotte proeven we de Clos du Chêne Vert, eerst uit 2007 en daarna dezelfde wijn uit 1998! Wat een elegante, aromatische wijn is dat.

Loire-Bordeaux-2In de bus op weg naar onze volgende bestemming, Domaine Langlois-Château in Saumur,  kunnen we weer een beetje ontdooien. We krijgen een korte uitleg over het Loiredal en wijn in het locale ‘Ecole du Vin’ (!), een complete rondleiding door het bedrijf en – alweer – een bezoek aan de (koude) kelder. Hier wordt heel veel mousserende wijn gemaakt en we worden uitgebreid voorgelicht over de productiewijze daarvan. En natuurlijk ook hier weer proeven!

En dan eindelijk op weg naar Bordeaux! We krijgen na aankomst in het hotel maar heel kort de tijd om ons te installeren, want we gaan al weer op weg naar ‘Bistro du Sommelier’ in Bordeaux, beroemd om zijn wijnkaart, waar we zullen dineren. En inderdaad, we laten ons allemaal verleiden om per tafel een paar mooie wijnen te bestellen. Dat kan met zoveel wijnliefhebbers bij elkaar. Zo verschijnen er op de diverse tafels de mooiste Bordeauxwijnen. En dan te bedenken dat dit nog maar de eerste dag is in Bordeaux en dat er nog vele, vele wijnen zullen volgen. Maar het zijn niet alleen de wijnen die deze reis zo uniek maken. De geweldige sfeer in de groep, die louter bestaat uit supergemotiveerde en enthousiaste mensen, is minstens zo belangrijk!

 

Caroline Cocheret

 

 

Dag 3  -  13 april 2010  -  Van Leeuwen & het Witte Paard

 

Dit is de dag waar iedereen naar uit heeft gekeken. Er staan grote namen op het programma en dan bedoel ik niet alleen van wijnhuizen. Want, we starten de dag met een heus college van niemand minder dan Dr. Kees van Leeuwen. Opgetogen springen we dan ook om 8.00 uur de bus in op weg naar The Right Bank. Als wijnspecialist kent Frank Jacobs natuurlijk ook wel wat spannende ins-and-outs over de Bordeaux. Als we onderweg de Pont d’Aquitaine overrijden, de stad uit, weet hij ons bijvoorbeeld te vertellen dat Herman Cruse (toentertijd eigenaar van de gerenommeerde wijnhuizen Pontet Canet en Château d’Issan) begin jaren ’70 uit wanhoop van deze brug is gesprongen en zich zo van het leven heeft beroofd. Dit was de tijd van de crisis, bovendien werd hij beschuldigd van falsificatie. Wijn kan dus helaas ook tot wanhoop leiden... Na een vergelijking met de huidige crisis, waarin kleine wijnboeren het ook behoorlijk zwaar hebben, leest Frank ons nog wat voor over Cheval Blanc. Belangrijkste conclusie: zorg dat je een Cheval Blanc uit 1947 in handen krijgt, dat is een van de topjaren. Het is ook meteen een van de meest gezochte en vervalste wijnen, die onlangs nog voor het luttele bedrag van £ 21.500 over de toonbank ging.

Via de Pomerol waar de eerste mooie wijnhuizen al opdoemen en het gebied een en al wijngaard lijkt te worden, rijden we naar het pittoreske stadje Saint-Emilion. Het staat niet voor niets op de Wereld Erfgoed Lijst. Als professor aan de Landbouw Universiteit en Technisch Directeur bij Cheval Blanc is Kees van Leeuwen natuurlijk een ster in de Bordeaux. Mijn hart gaat dan ook sneller kloppen als we het Maison du Vin de Saint-Emilion binnenlopen en op de eerste verdieping een professionele spuugzaal inlopen. Daar zit hij, aan het hoofd van de klas. “Hé, het is helemaal niet die statige man van in de vijftig die ik altijd voor ogen had.” Hij heeft gewoon een spijkerbroek aan en loopt op stevige modder­bestendige schoenen (met de tekst ‘AIR’ op de achterkant). Zijn wenkbrauwen krullen vrolijk naar boven, en hoe kan het ook anders als je dit mooie werk doet!

Iedereen nestelt zich achter een rij lege glazen. Maar, voor we aan de praktijk beginnen, eerst een theoretische uitleg van Van Leeuwen. Dit is echt bijzonder om mee te maken: iemand die zo in de materie zit en toch zo helder uitleg kan geven aan een stelletje vinologen-in-spé, complimenten. Hij begint met de term ‘terroir’, een lastig begrip. Door iemand anders te quoten breekt hij hier meteen doorheen: ‘somewhereness’. Oftewel, het verband tussen een landbouwproduct en waar het gemaakt is. De origine is terug te proeven, daar draait het om. Terroir is in de Bordeaux al sinds 1677 een begrip. Ene John Locke uit Engeland omschreef in dat jaartal Haut Brion als een wijn die zoveel mooier was dan de wijnen van de aangrenzende wijnmakers. ‘Terroir’ was geboren.

Daarnaast komt het verschil tussen terroir- en merkwijnen aan de orde. Bij de eerste doelt hij op wijnen die elk jaar van druiven van dezelfde percelen worden gemaakt. Bij dit soort is de invloed van terroir in de wijn terug te vinden. Bij een merkwijn (denk bijv. aan de bekende champagnehuizen als Moët & Chandon) gaat het er juist om elk jaar eenzelfde smaak te bewerkstelligen door te blenden. De druiven hoeven niet van gelijke percelen te komen. Van Leeuwen test onze kennis hieromtrent meteen door een aantal wijnen te benoemen met de vraag of het een terroir- of een merkwijn betreft. Voor de uitkomst hoeven wij ons zeker niet te schamen...

Leuk detail, even tussendoor, is dat je merkt dat hij al jaren in Frankrijk woont, want ook een Spaanse druif spreekt hij uit met Frans accent. Zijn Nederlands is overigens nog perfect.

Omdat er zoveel verschillende factoren meespelen bij terroir (bodem, klimaat, etc.) geeft Van Leeuwen aan dat het moeilijk is om hier op wetenschappelijke wijze mee te experimenteren. Toch wordt er sinds de jaren ’60 al onderzoek naar gedaan. Gebleken is dat er bepaalde voorwaarden zijn voor de zgn. ‘terroirexpressie’. Ten eerste moeten druiven goed rijp worden. Ten tweede moeten druiven niet te vroeg rijpen, want dan zouden ze frisse zuren missen en minder aroma’s hebben. Een langzame rijping, dat is belangrijk. Tussen 10 september en 10 oktober moeten de druiven rijp worden, althans op het Noordelijk halfrond. Om dit te kunnen bewerkstelligen wordt de druivensoort aangepast aan het klimaat.

Natuurlijk deed (en naar ik aanneem doet) Van Leeuwen ook zelf het nodige onderzoek. Van 1996 tot en met 2003 meet hij de beïnvloeding van de bodem, het klimaat en de druivensoorten op de wijn van Cheval Blanc. Er worden 3 druiven ingezet, 3 bodemtypes en de meetperiode is 8 jaar. We krijgen allerlei prachtige staartgrafieken voorgeschoteld met gedetailleerde bevindingen. De eindconclusie is dat alle gemeten factoren invloed hebben op de kwaliteit van de wijn. Wellicht verwacht, maar nu ook onderbouwd. Uit zijn onderzoek komt ook dat langzame rijping, niet teveel stikstof en beperkte aanwezigheid van water in de bodem, essentiële factoren zijn voor terroirexpressie.

Loire-Bordeaux-3Van Leeuwen weet iedereen te boeien. Toch voelen we ons allen als kinderen in een snoepwinkel als de proeverij begint. ‘Een proef op de som’ zoals hij het zelf noemt. We trappen af met een 100% Cabernet Franc (Château Guibot Puisseguin 2004) en ik heb meteen zin om door te slikken. Nee, niet doen, we zijn professionals en hebben nog een hele dag voor de boeg. Mijn buurvrouw ziet er even wat minder professioneel uit, want ze heeft nog wat moeite met ons nieuwe ‘spuugbakje’ (een vastzittend fonteintje). Maar oefening baart al snel kunst!

Wijn twee is een Haut Segottes (2004): zwoel, elegant, kersen en mint. Als ik zelf roep dat ik er baksteen in ruik kijkt Van Leeuwen me wat vreemd aan. Als ik later bij een andere wijn de geur van een zojuist geopend blik tennisballen ontdek besluit ik dan ook wijselijk mijn mond te houden. De Château Gueyrosse komt van een kiezelbodem en brengt ons in vervoering met wat donkerder smaken (chocola, zwart fruit, kruidigheid en iets aards).

De tennisballen-wijn is de Château Toinet Fombrauge (2004). Deze zou nog wel even kunnen liggen, maar je proeft nu duidelijk de kwaliteit al. Veel fruit: rood, cassis, pruimen, verder hout en mooie frisse zuren. Bij de laatste wijn, Château Beau-Séjour Bécot, roept mijn voorbuurman “NIET SPUGEN!”. Dat vind ik een goed advies, want wat een mooie wijn is dat. Met druiven afkomstig van het kalkplateau, het hart van de Saint-Emilion, is een wijn gemaakt waar van alles in te ontdekken is: chocola, karamel, gestoofd fruit, zwart fruit, zoete kruiden, menthol, zuren, intensiteit, diepte, etc. etc. Dit is wat je noemt ‘complexiteit’.

De laatste slok betekent ook het einde van de les. Op naar het eerste wijngaardbezoek: La Courronne, een klein familiebedrijf waar al snel de passie vanaf springt. In goed Engels vertelt de eigenaar dat hij een ‘self-made wine maker’ is en dat ‘every day is a pleasure’. De mens is in zijn woorden ook een onmisbare factor als je het over terroir hebt: “Different owners, different wines”. Bovendien verschilt de waarheid per gebied: “It is difficult to work with nature. Nature decides in the end.” In de vinificatieruimte vervolgt hij zijn verhaal. Na een toelichting over het functioneren van het AOC-systeem en de meer technische kant van wijn maken laat hij duidelijk zijn passie zien. Hij is één geworden met zijn wijn: “There is always a part of me in the wine” en “When you say to a wine maker I don’t like your wine, you say I don’t like you”. We mogen ook twee van zijn wijnen proeven. Dat wil zeggen, we proeven dezelfde wijn twee keer, maar gerijpt op houten vaten gemaakt door verschillende ‘tonneleries’ (=kuipers). Duidelijk verschil. De lunch is zalig, de bediening opvallend oud en de wc bijzonder (in het huis van de wijnboer). De koffie wordt geserveerd op dienbladen gemaakt van de houten wijnkisten en het bezoek wordt zoals we gewend zijn afgesloten met de overhandiging van de Reypenaerkaas. Maar deze keer krijgen we een cadeau terug. Allemaal een fles La Couronne in een typisch Hollands knal-oranje tasje.

Voor de tweede keer vandaag draait mijn hart overuren want nu is Pétrus aan de beurt. Dat ik dit mag meemaken. We worden zeer vriendelijk ontvangen door een wat oudere, chiquere man, die zich met de marketing van dit topchâteau mag bezighouden. Ook een leuke baan... Wat ik het mooie vind aan het bezoek is dat het wijnhuis zelf, zoals je in de boeken ook ziet, echt niet bijzonder is. Ik vond het zelfs bijzonder simpel. Ook de vinificatieruimten zijn niet speciaal. Nee, het draait hier allemaal om de bodem. Het is het hoogste punt van de regio, maar liefst 40 meter hoog (?!) en is bedekt met een sponsachtige zwarte kleilaag. Een unieke bodem, waar de Merlot zich helemaal thuis voelt. Hij vertelt over het design-huis aan de overkant van de weg, ontworpen door de beroemde architecten Herzog & de Meuron (o.a. Tate Modern in Londen). Dit is de plek waar de plukkers verblijven tijdens de oogst. “It is always a challenge to pick a date for picking.” Het is belangrijk dat de druiven droog zijn bij het plukken. Dus wat doe je als het regent en je heet Pétrus? Helicopters. Deze fungeren als een soort föhn. Snel door wat vinificatieruimten heen. Wij willen proeven! En zo geschiede... we proeven zelfs ‘en primeur’, want we krijgen de 2009 die nog maar een paar maanden hout heeft gehad. Sommelier Robert Pham durft de proefnotitie te doen. Nu al zijdeachtige tannines, bramen, rijp fruit, een warme zomer. De wijn brandt een beetje in de keel en hij blijkt ook 14% alcohol te hebben. Onze chique begeleider fluistert ons met een grote glimlach toe “...and probably a little bit higher”. Ik heb de ongelooflijke mazzel dat ik bij Robert in de buurt sta en als een van de weinigen een kleine refill krijg. Een kort babbeltje met de jonge wijnmaker, die me vertelt dat hij vorig jaar in Amsterdam was, maakt een einde aan dit niet-te-hopen-maar-wel-waarschijnlijk-‘once-in-a-lifetime’-bezoek.

Loire-Bordeaux-4Tijd om te rouwen is er niet. Na een enorme foto-shoot (we lijken wel Japanners) bij het naambord van Pétrus, zweven we met de bus naar Cheval Blanc. Hier wordt gebouwd, een enorme hijskraan wijst hierop. Maar we laten ons niet afleiden en luisteren aandachtig naar het verhaal van jaja, wederom Kees van Leeuwen.

Het gaat over Cabernet Franc, wat geen gemakkelijke druif is en waar ze ooit een eigen selectieprogramma voor zijn gestart. Nu werkt Cheval Blanc met haar eigen klonen. Het gaat over het werken met oude wijnstokken, de oudste uit 1920. Over de problemen die ze met virussen hebben, met bepaalde wormpjes en het daaruit voortvloeiende gezamenlijke onderzoek dat ze met de andere Premier Cru’s uit de Bordeaux zijn opgestart. Hij vertelt over Mexicanen en Californiërs die zo goed zijn in enten. Over hoe belangrijk oogsten met de hand voor je image is (handoogst € 1500,- per uur, machinaal € 300,- per uur). En er wordt ook nog een voor-de-hand-liggende grap gemaakt over het werken met witte paarden in de wijngaard. Op weg naar de kelders komen we in de hal ook daadwerkelijk een groot wit paard tegen. Een enorm doek met een Cheval Blanc versiert de muur en er komt direct een niet geheel in de sfeer passend deuntje van André van Duin bij me naar boven...

Ook hier wordt ons op het hart gedrukt dat de kwaliteit van de wijn uit de wijngaard komt, niet uit de (eenvoudige) vinificatiemethode. Van alle wijn die Cheval Blanc produceert is ongeveer 50% eerste wijn, 20% tweede wijn met de naam Petit Cheval en 30% derde wijn. Een leuk weetje wat nog aan de orde komt: van wijn kun je geen voedselvergiftiging krijgen.

Ons bezoek aan Cheval Blanc sluiten we af met Van Leeuwen in een apart gebouwtje waar alweer wijn klaarstaat. Wederom proeven we de 2009. Opvallend is de mooie zachtheid die deze jonge wijn al heeft. Ik hoor verschillende associaties om mij heen “bramen”, “rijp zwart fruit”, “geroosterde zoete paprika”... het maakt allemaal niet uit, waar het om gaat is dat we weer met zijn allen intens staan te genieten van een sensationele, grandioze, vorstelijke wijn.

Sprakeloos van alles wat we hebben meegemaakt rijdt onze buschauffeur (die zelf overigens de hele reis nogal weinig spraakzaam is in vergelijking met zijn collega’s) ons de stad Bordeaux in. Daar splitst de groep zich op en gaat ieder een eigen avond tegemoet. Ik duik met twee anderen uit de B-groep meteen Brasserie Noailles in. We laten de stad Bordeaux die avond even voor wat het is, want we hebben al zoveel meegemaakt op één dag. Er past even niks meer bij (behalve natuurlijk een mooie fles wijn: Château Cantenac Brown).

 

Evelijn van Heuven

 

 

Dag 4  -  14 april 2010  -  Tussen twee zeeën en edelzoet

 

Op woensdag 14 april begint de ochtend met een flitsbezoek aan de prachtige stad Bordeaux. We hebben alle tijd om even rustig te slenteren door de stad in het prille lentezonnetje, te genieten van een heerlijke Franse koffie op een terrasje uit de wind, ons te verlekkeren aan de veelkleurige macaronnes in de etalage van ‘n prachtige patisserie en natuurlijk…, om ‘enkele’ wijninkopen te doen. En inkopen…, nou, dat doen we! Terwijl aan het begin van de ochtend iedereen zich in kleine groepjes door de stad begeeft, eindigen we allen, een klein half uurtje voor het vertrek van de bus, in een charmante wijnwinkel met een super mooie collectie. Iedereen loopt likkebaardend rond. De eigenaars kijken soms wat onrustig om zich heen, overweldigd door deze buslading van wijnliefhebbers. Enkele van ons worden nog eventjes toegelaten in de ware ‘wijnschatkamer’ met portier en deur met sleutel, alwaar het zelfs verboden is om ‘frontale’ foto’s te maken van enkele Sauternes uit 1943 of ouder die uit handen van de Duitse bezetters zijn gered… (“goed verstopt”, aldus de portier.) Een geweldige ervaring voor ons allemaal om daar rond te mogen kijken. Daar gaan we vast en zeker in de nabije toekomst nog eens langs om alles te kopen wat we nu niet kopen!

Rond 11.00 uur is het bezoek aan de stad Bordeaux voorbij en gaan we met de bus op weg naar het landelijke gebied van de Entre-deux-Mers. Een bijzonder aardige rit van een uurtje door een lieflijk, licht glooiend landschap dat hier en daar een beetje aan het zuiden van Nederland doet denken. De bestemming is La Maison du Vin L’Entre-deux-Mers. Aldaar worden we ontvangen door diverse wijnboeren en vertegenwoordigers van minder bekende en wat kleinere (soms bioproducerende) châteaux . Zo mogen we wijnen proeven van ondermeer: Château Haut Pougnan (i.e. de stuivende witte wijn, die bij velen van ons zeer in de smaak valt), Château Haut Guillebot (alwaar sinds vele generaties vrouwen de scepter zwaaien), Château Vignol, Château Bonnet, Château Martinon en Château Haut Rian. Ze produceren met name witte wijnen van Sauvignon, Sémillon en Muscadelle en een aantal van hen ook rode wijnen van ondermeer Merlot, Cabernet Sauvignon en Cabernet Franc. De proeverij wordt besloten met een voortreffelijk lunchbuffet dat wij buiten in het zonnetje kunnen nuttigen in de charmante tuin achter het wijnhuis. De wijnen zijn allen zeer verschillend in karakter, kwaliteit en smaak en... niet te vergeten verkrijgbaarheid in Nederland. Volgens Robert en Frank verkopen de wijnen uit deze streek, de Entre-deux-Mers, minder goed vanwege de beperkte aandacht van de châteaux voor de marketing van de wijnen. “Tegenwoordig verkopen de wijnen niet meer vanzelf. Aandacht voor smaak en kwaliteit blijven natuurlijk evident. Maar vergeet daarbij niet het ‘vermarkten’ van de wijn en haar bijproducten. Zonder aandacht voor deze cruciale verkoopelementen zullen sommige châteaux, waarmee we deze middag kennismaken, hun wijnen onvoldoende ‘kwijtraken’ met alle nare gevolgen van dien”, aldus de toelichtende opmerkingen van Robert en Frank. Rond half drie, nadat een aantal van ons nog wat inkopen heeft gedaan in het winkeltje, is het weer tijd om door te reizen voor ons volgende bezoek.

Ook dit keer weer een mooie rit naar de Sauternes, een zuid-westelijker gelegen gebied beroemd om haar mooie edelzoete wijnen. Daarbij passeren we het charmante en ook wel een beetje geheimzinnige Château d’Yquem omgeven door een hoog, wit hek. Het ligt op een heuvel van klei en zand en steekt letterlijk en figuurlijk uit boven de rest! Gelukkig stoppen we even een paar minuten om het ‘wonder’ met eigen ogen te bekijken en als een stel Japanners op vakantie hup 1,2,3 snel-snel wat foto’s te maken! Een aantal van ons heeft al op de maandag en/of de donderdag van onze reis van een heerlijk (duur!) glas Château d’Yquem 1985 kunnen genieten! Mmm…

Afijn, na enkele momenten langs de kant van de weg, gaat onze reis verder de Sauternes in en brengen we een bezoek aan Château Rieussec in het plaatsje Fargues. Dit château is sinds 1984 in het bezit van les Barons de Rothschild. Dit château produceert een 1e en een 2e edelzoete wijn van Sémillon, Muscadelle en Sauvignon, respectievelijk Château Rieussec en Carmes de Rieussec. Daarnaast een droge witte wijn van Sémillon en Sauvignon, genaamd “R” de Rieussec.

We worden ontvangen in een charmante ontvangstruimte waarna we worden rondgeleid door de kelders van het château. Een aantal interessante wetenswaardigheden die ter sprake komen, zijn onder andere: ze hebben een eigen tonnelerie, in de kelders is men ten tijden van ons bezoek bezig met het mengen van de jonge wijnen van 2009, ze maken alleen een 1e wijn als er van botrytis sprake is en er dus sprake is van een goed wijnjaar voor het type wijn dat zij beogen… Hoe minder het jaar, des te lastiger het wordt om een 1e wijn te maken. En bovendien is het zo dat niet alle druiven gelijktijdig botrytis hebben, dus men moet een aantal keren door de wijngaard om de goede druiven te plukken. Het is wel eens gebeurd dat men maar liefst 7x door de wijngaard moest voor de pluk! De tour door de kelder eindigt natuurlijk met een proeverij, waarbij we genieten van een Château Rieussec 2004, die zich kenmerkt door een romig en zacht zoet mondgevoel en desondanks fris overkomt door de geconcentreerde (wijnsteen)zuren! Na de overhandiging van ‘onze’ VSOP Rypenaer, nemen we afscheid en vervolgen we de reis van vandaag met een bezoek aan Pessac-Léognan.

Loire-Bordeaux-5In Pessac-Léognan worden we ontvangen op Château Brown, hetgeen sinds enkele jaren in handen is van Franse en Nederlandse eigenaren. De wijngaarden, ca. 28 hectare, liggen net als Château Haut-Brion, dicht tegen de bebouwing aan. Het château is niet geklassificeerd, omdat in de jaren ’50 van de vorige eeuw de wijngaarden door de vorst waren vernietigd en er dus geen wijngaard was om te classificeren! De waterhuishouding, de drainage, is in dit gebied erg belangrijk. Zij proberen het ‘teveel’ aan water zoveel mogelijk af te voeren en op te vangen in een speciaal bassin. De madame die ons rondleidt, vertelt onder andere dat er oorspronkelijk veel meer stokken van Cabernet Sauvignon waren aangepland, maar dat deze niet productief bleken te zijn. Een deel van het terroir is veel meer geschikt voor witte soorten, zoals de Sauvignon Blanc en de Sémillon. Daardoor kreeg het château een goede reputatie wat de witte wijnen betrof en dat hielp tegelijkertijd de reputatie van de rode wijnen te verbeteren. In de loop der jaren zijn er vele veranderingen doorgevoerd om de kwaliteit van de wijnen te verbeteren. Zo planten ze de stokken tegenwoordig van noord naar zuid en niet meer van oost naar west om zoveel mogelijk te kunnen profiteren van de zon.

Naast de interessante en gedetailleerde informatie die de madame aan ons vertelt in de wijngaard volgt een nog veel boeiender bezoek aan de wijnkelder. We krijgen in totaal 8 wijnen geserveerd om te proeven: een vatmonster Sauvignon Blanc 2009, een vatmonster Sémillon 2009, de blend van deze 2 wijnen, dus ook 2009, en daarna de ‘echte wijn’, zoals hij wordt beoogd, uit 2008. Daarna volgt een vergelijkbare proeverij van rode wijnen uit 2009 en 2008 van respectievelijk Merlot, Cabernet Sauvignon en de blends. Bij de piepjonge wijnen leren we dat het om de structuur gaat. De aroma’s van de wijnen zijn dan nog van ondergeschikt belang. Die veranderen zo snel en zijn dus pas na enige rijping echt goed te benoemen. De blend wordt gemaakt voor het proeven en beoordelen van de structuur, de balans en de complexiteit. Het is erg interessant om op deze praktische manier de complementariteit van de Merlot en de Cabernet Sauvignon te ervaren. Samen zijn ze méér, zo proeven we werkelijk. Opvallend is ook dat met name de Cabernet Sauvignon van 2009 erg rijp is – 2009 is echt een topjaar – en dat komt in de Bordeaux bijna niet voor! Dat worden kostbare flessen…

Aan deze, wederom, geweldig interessante dag lijkt bijna geen einde te komen. Rond half 8 ‘s avonds komen we aan in het plaatsje Begles, waar we in restaurant Chiopot nog lang nagenieten van alle ervaringen en een heel gezellig diner! We kijken uit naar de volgende dag, donderdag, helaas alweer de laatste dag van onze reis…

 

Madelon Schreuders

 

 

Dag 5  -  15 april 2010  -  De ‘oeh’ en ‘aah’ tour

 

Donderdag ochtend 15 april, gelukkig mochten we 15 minuten langer slapen, maar dan nog kwart voor 8 rijden we weg bij het hotel. Dit moet toch de mooiste dag van de reis worden. We zullen alle grote namen in de Médoc tegenkomen en bij Lafite gaan proeven. Iedereen is moe maar ook zeer gespannen. Er wordt met zeer veel spanning uitgekeken naar wat er zal gaan komen.Iedereen zit in de bus netjes aangekleed, de meeste in pak, je moet toch goed voor de dag komen.

Loire-Bordeaux-6We rijden weg richting de Médoc om op zoek te gaan naar alle prachtige châteaux. De weg voert ons door het glooiende landschap van de Médoc en Robert legt ons uit dat je precies kan zien wanneer er weer wijngaarden in aantocht zijn. Na een dalletje met een ‘jalle’ rijden we iets omhoog en zie je de wijngaarden al liggen. Het is een prachtige tour. Je rijdt van Château La Lagune, het zuidelijkst geclassificeerde château, “waar het allemaal begint”, langs alle overige bekende châteaux.  Ze volgen elkaar in een razend tempo op, Léoville-Poyferré, Château Talbot, Château Latour, Château Pichon Longueville Comtesse de Lalande. Iedereen in de bus roept “oeh” en “aah” na het zien van weer een prachtig château.

Onze eerste echte stop was bij het zeer gerenommeerde Château Lafite-Rothschild. Wat een prachtig kasteel, de allure, de uitstraling en de o zo gerenommeerde naam! We krijgen een rondleiding door de eigenlijk eenvoudige kelders, maar zo goed opgezet. Gelukkig vult Robert, onze gids, hier en daar wat aan zodat het verhaal compleet wordt. De vergisting op grote houten vaten die ook nog monumentaal zijn, het ziet er allemaal prachtig uit. Hier wordt ook uitgelegd waarvoor de werkzaamheden buiten zijn (gelukkig werd het verhaal hierdoor helemaal niet verstoord). Nadat het verhaal afgemaakt was liepen we langs de opgeslagen wijnfusten, die ze toevallig net aan het overpompen zijn, waardoor je nog meer gevoel met het bedrijf kreeg. Op de terugweg naar het proeflokaal lopen we langs de privé opslag van de familie Rothschild. Hier liggen de oude wijnen opgeslagen die ze iedere 25 jaar proeven, bijvullen en opnieuw kurken. Wat moet dat een vervelende taak zijn! De oudste wijn die ze hebben liggen is van 1797, een collectors-item.

Loire-Bordeaux-7Nu gaat het toch echt gebeuren, we gaan naar de proefruimte en daar staan ze, 4 flessen Lafite-Rothschild 1995. Wat ziet dat er toch mooi uit (de prijs in een winkel in Bordeaux € 980,- per fles). Ze zijn al geopend, dus we krijgen het nu echt te proeven. Nadat iedereen een glas heeft gekregen valt het even stil, waarna er langzaam een gezoem van fluisterende mensen ontstaat. “Wat proef jij nou?” “Proeven? Ik ben nog steeds aan het ruiken! Wat een neus.” Kortom een geweldige wijn om te ruiken, proeven te BELEVEN! 1995 is natuurlijk al weer 14 jaar oud en daarmee goed gerijpt. Prachtig om een wijn te proeven, die net op dronk begint te komen.

Het bezoek bij Lafite zit er helaas weer op, maar niet getreurd, want er staat nog meer op het programma. Eerst geven we de japanners even de tijd met een kodakmomentje bij Château Cos d’Estournel. Als zij weer tevreden terug in de bus zitten, gaan we op weg naar ons tweede bezoek, Château Giscours, mede door Nederlanders beheerd, maar voornamelijk door Nederlanders gerund. Château Giscours is gewoon een beetje van ons. We worden ontvangen door Marc Verpaalen, een Nederlander die nu al 20 jaar in Frankrijk woont. Hij geeft ons een versnelde tour door de kelders. Giscours heeft betonnen vergistingkuipen, iets wat ze graag willen veranderen maar de eigenaar staat het niet toe. Dan lopen we door de kelder langs de houten fusten en de mobiele bottellijn. Na dit shock bezoek aan Giscours gaan we met de bus naar Château du Tertre. Bij Du Tertre krijgen we een uitgebreide rondleiding. Het château is ook het troetelkindje van de Nederlandse eigenaar Eric Albada Jelgersma. Dit is aan alles te zien, de nieuwe houten en betonnen vergistingscuve, het ingenieuze systeem van sorteertafels, ontstelers en de kneuzer. De kelder is helemaal gerenoveerd en zo ingericht, dat werken in deze kelder een plezier is. Na de kelder lopen we langs de wijnfusten en maken we ons klaar om de wijnen te gaan proeven. Eerst komt de technisch directeur van Château du Tertre langs om ons tijdens de proeverij te begeleiden. Loire-Bordeaux-8Hij vertelt zijn visie van wijn maken bij Du Tertre. Hij wil opklimmen naar de top en is hier bezig om echt iets te moois op te bouwen. De technisch directeur heeft hiervoor de wijn van Château Latour gemaakt en heeft daar veel kennis opgedaan, die hij nu goed kan gebruiken om Du Tetre groot te maken. Tijdens zijn verhaal krijgen wij de wijnen te proeven. Eerst krijgen we Château Giscours 2009 te proeven gevolgd door Château du Tertre 2009. Wat een fantastische oogst. Iedereen is verbaasd over de hoge kwaliteit en de lage prijs, die ze vragen voor de wijn. Tegen 3 uur is iedereen weer uitgehongerd als we aan de lunch gaan. We beginnen met een amuse en een Giscours rosé 2009 als aperitief. Als uitzicht kijken we uit op het prachtige zwembad bij de oranjerie, achter het privé huis van de eigenaar. Hier moeten we snel weg, wat hij wil zelf in rust gaan lunchen, zeker op zo’n prachtige dag als vandaag. Wij gaan naar een andere zaal, waar 4 tafels chic zijn gedekt. Het menu voorspelt een goed opgezette lunch, eentje om te onthouden! Foie gras, kalfsoester gevuld met bospaddenstoelen, kaasplateau en dessert. De wijnen? 2004 Duthil, 2002 Giscours en 1998 Du Tertre, wat een wijnen! Dit is weer een genot. Na het hoofdgerecht krijgen we de quiz van Frank en Robert voor onze kiezen. Moeilijke vragen, en volgens sommigen zijn ze ook een beetje partijdig. Ik weet alleen zeker dat ze mij benadeelde! Uiteindelijk krijgt toch iedereen het diploma, waarmee bewezen is dat iedereen genoeg kennis heeft opgedaan deze reis. De bus wordt weer vol geladen met wijn, we nemen afscheid van Du Tertre en nemen de laatste bustocht terug naar Bordeaux. Aangekomen in het hotel gaat iedereen op het terras zitten nagenieten van de reis, met elkaar praten over alles wat we hebben meegemaakt. Genietend van een glas Champagne is de reis ten einde.

 

Hans Dijkstra

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Colofon:

 

Verslagen dag 1 en 2:

Caroline Cocheret,

 

Verslag dag 3:

Evelijn van Heuven,

 

Verslag dag 4:

Madelon Schreuders,

 

Verslag dag 5:

Hans Dijkstra.

 

Lay-out en foto’s:

Frank Rynja